Kopnecrose

Kopnecrose of avasculaire necrose

Kopnecrose of avasculaire necrose van de heupkop kan ontstaan wanneer de bloedtoevoer naar het bot niet op normale wijze verloopt. Necrose betekent afsterven van cellen, en dit is wat er gebeurd in de heupkop. Levend bot verandert voortdurend. Om het bot sterk te houden, zijn de botcellen voortdurend bezig het bestaande bot te vervangen en repareren. Bij Kopnecrose verzwakt de botstructuur waardoor deze kan instorten en het kraakbeen beschadigt. In het begin is bij Kopnecrose alleen het bot aangedaan en blijft het kraakbeen intact. Zodra de bolvorm van de heupkop verloren gaat is er ook kraakbeen schade. Daarnaast is er geen goede passing meer tussen kop en kom en ontstaat er snel een vroegtijdige slijtage van de kop en de kom die tegen elkaar wrijven.

Oorzaken van kopnecrose
In de meeste gevallen is er geen duidelijke oorzaak te vinden voor kopnecrose, dit wordt idiopatisch genoemd.  Een letsel of trauma van de heup zelf kan de bloedvaten beschadigen, meestal is dat door een botbreuk door de nek van de heupwaarbij de bloedvoorziening van de heupkop beschadigd wordt. Soms kan het enkele maanden, tot zelfs jaren na het ongeval duren voordat het duidelijk wordt dat er kopnecrose optreedt.

Van bepaalde medicijnen is het ook bekend dat ze kopnecrose kunnen veroorzaken. Langdurig prednison/corticosteroiden staat hier met name bekend om. .
Andere oorzaken kunnen overmatig alcoholgebruik zijn of bloedziekten als sikkelcelanemie.

Symptomen

De eerste klachten die bij kopnecrose horen zijn pijn in de lies, met name bij belasten. Dit in combinatie met specifieke risicofactoren zou een reden voor verder onderzoek kunnen zijn.

Diagnose

Voorbeeld van een MRI scan, de linkerheup (rechts op het plaatje) laat een kopnecrose zien.

Voorbeeld van een MRI scan, de linkerheup (rechts op het plaatje) laat een kopnecrose zien.

In het beginstadium van kopnecrose is de röntgenfoto nog normaal, een MRI is dan nodig om de diagnose te stellen. Kopnecrose wordt ingedeeld in verschillende stadia, op basis van de ernst en de aanwezigheid van instorten van de heupkop, maar ook subtiele tekenen op de röntgenfoto. Maar ook naar mate van de afmeting van het defect. Deze indeling in stadia is belangrijk voor het kiezen van de juiste behandeling.

Behandeling

Afhankelijk van de ernst en formaat van de afmeting zijn er verschillende opties. Bij beginnende kopnecrose met een kleine afmeting is er de mogelijkheid om met conservatieve therapie te beginnen, dat wil zeggen het been beperkt belasten en met krukken lopen. De resultaten hiervan zijn veelal slecht en bij een groot deel van de patiënten treedt uiteindelijk toch secundaire slijtage op door het inzakken van de heupkop.

Bij kopnecrose waarbij de kop nog niet is ingezakt en de afmeting van het defect tot ongeveer 33-50% van de femurkop is, lijkt core-decompressie een goede optie. Voor meer info, zie onder het kopje core-decompressie.

Als er al duidelijke afwijkingen op de röntgenfoto zijn, het formaat te groot is of er reeds een collaps van de femurkop heeft plaatsgevonden is een totale heupprothrese de enige reële optie, ongeacht de leeftijd van de patiënt.